De dieren

De bruine beer

Willy neemt een bad

De bruine beer is een indrukwekkend dier : 1,80 m tot 2 m rechtopstaand, met een gewicht van 250 tot 300 kg voor de mannetjes en 150 tot 200 kg voor de wijfjes. Zijn lichaam en poten zijn bedekt met een dikke bruine vacht.

De bruine beer leeft alleen of in kleine familiegroepjes in bergachtige en beboste gebieden, waar hij heer en meester speelt over zeer uitgestrekte jachtterreinen. Vroeger vond men deze beer uitgebreid terug in Europa; nu nog in het wild in de Pyreneeën, de Italiaanse Alpen, de Karpaten, de Balkan, Zweden, Noorwegen en Finland.

De beer leeft ongeveer 40 tot 50 jaar. Hij is een alleseter. Hij heeft een wisselend voedingsregime : fruit, insekten, kleine zoogdieren, kikvorsen, vis en honing. De beer is een echte atleet : hij kan wel tot 40 km per uur lopen,  zwemt en klimt in bomen.

Met een middelmatig zicht, maar met een buitengewone kracht, uitzonderlijke reflexen en sterke klauwen is hij een hevige vijand die mens noch dier vreest. Hij is en blijft nog steeds geliefd voor zijn pels, zijn huid, zijn tanden en klauwen.

Willy voor de pelsjagershut

De beren paren tijdens de maand mei. Aan de drempel van de winter zullen de dikke beren een hol zoeken voor hun winterslaap, tot de lente zich aankondigt. Elke twee jaar, in januari, zal het wijfje in dit hol één of twee beertjes baren.

Deze wegen bij de geboorte 300 tot 400 gr., zijn blind gedurende 4 tot 5 weken en blijven daardoor dicht bij de moeder, waar slaap en drinken hun eerste levensdagen vult. Pas als de eerste mooie lentedagen tevoorschijn komen, zal de berin met haar kleintjes het hol verlaten. De berin staat volledig in voor de opvoeding van haar kleintjes: ze leert hen jagen, vissen, plukken, zwemmen...