Fauna van gisteren en vandaag

De lynx

Lynx met jongen

Beschouwd als familie der katachtigen, heeft de lynx speciale eigenschappen : lange poten, korte staart, een plukje haar op het puntje van de oren en bakkebaarden onderaan de kaken.

Zijn gevlekte vacht met grijs-beige achtergrondtinten laat hem opgaan in zijn omgeving. Zijn dichte pels beschermt hem tegen de kou. Als eenzame, onvermoeibare, nachtelijke jager, beschikt hij over een goed ontwikkeld zicht en reukzin; hij eet vooral kleine hertachtige dieren, hazen, mollen, ratten en vossen.

De jonge lynxen spelen in de boomen

De paartijd gebeurt in februari-maart. Twee tot vijf kleintjes worden in mei-juni geboren, op een zeer goed voorbereide plaats : in een boomholte of een rotsachtige oneffenheid. Zowel de papa als mama voeden de jongen. Eenmaal ze 2 tot 3 maand oud zijn, verlaten ze het hol en zoeken hun broers en zussen op, die één jaar vroeger geboren werden, om het beroep van jager te leren. De lynx leeft in de bossen. Door zijn buitengewone voorzichtigheid is hij heel moeilijk te observeren. Door uitsterving bedreigd, is hij tegenwoordig opnieuw terug te vinden in de Vogezen en in Zwitserland.