De dieren

Het edelhert

Burlen van het hert

Door zijn statig, waardig en elegant karakter wordt het hert met recht de koning van het woud genoemd. Hij draagt een prachtig gewei, samengesteld uit beenderig materiaal dat omstreeks de leeftijd van 6 maanden verschijnt.

Het valt ieder jaar af tussen februari en april en groeit tegen een gemiddelde snelheid van 2 cm per dag opnieuw aan. Zo is hij vanaf augustus opnieuw volledig in het bezit van zijn nieuwe tooi. Een groot hert is in staat om in vijf maanden tijd opnieuw een gewei tot 7 kg te vormen !

Een kudde van herten

Het hert leeft in het woud. De groep volgt een oude hinde, terwijl het hert, stoer met de kop hoog, de troep afsluit. Mannetjes en wijfjes leven meestal in gescheiden groepen, behalve in de paartijd. Het dier is een herkauwer : bladeren, gras en schors staan op zijn menu. De bronsttijd kondigt zich aan door het spectaculaire roepen van het hert in de maand september. Van nature uit een kalm dier, wordt het hert tijdens de bronsttijd woedend en gevaarlijk, zelfs voor de mens. Het dier levert met zijn soortgenoten hevige en spectaculaire gevechten om het grootste aantal wijfjes voor zich te verzamelen.

Tijdens de meimaand brengt de hinde één of twee jonge hertjes ter wereld. Hun vacht is rossig van kleur met witte vlekken. Eenmaal volwassen, is hun vacht bruin-rossig in de lente en eenvormig grijs-bruin tijdens de winter.